De grondleggers van de onderwijskunde  0

Dit historische overzicht van de ontwikkelingen tot onderwijswetenschap is tot stand gekomen op initiatief van het archief- en documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen (ADNG). In dit boek worden zeven personen beschreven die bepalend zijn geweest voor de vorming van de hedendaagse onderwijswetenschappen.

 

 

De tegenwoordige samenstelling van de onderwijskunde (beschreven in het sectorplan onderwijswetenschappen) is divers en breed. Thema’s zoals, leren & instructie, curriculumontwikkeling, ICT in het onderwijs, onderwijs & samenleving, onderwijsbeleid komen hierin aan bod. Het beeld dat het sectorplan onderwijswetenschappen wil uitstralen is dat van een discipline tussen de andere disciplines zoals sociologie, psychologie, antropologie. Deze manier van kijken naar de onderwijswetenschappen was doorheen de geschiedenis van Nederland zeker niet altijd gangbaar. In deze bespreking wil ik specifiek kijken naar die bijdragen die van belang zijn voor ons historische begrip van de vormgeving van de lerarenopleidingen in Nederland. Net als de historische analyse van het opleiden van docenten in de US (Goldstein, 2014), geeft dit historische overzicht ons inzicht in de huidige dynamische ontwikkelingen in de onderwijswetenschappen en lerarenopleidingen.

 

Schoolpedagogiek

Met de oprichting van de eerste kweekscholen werd vorm gegeven aan een nationaal initiatief om de kwaliteit van leerkrachten te waarborgen door een gedegen opleiding in pedagogiek in de school context. Berend Brugsma (1797–1868) staat, na een periode als gezel, zelfstandig voor de klas. Al snel ontwikkelt hij zich tot opleider aan de net opgerichte kweekschool te Groningen. Na jaren opleiden van jonge leerkrachten zet Brugsma zijn onderwijsmaterialen en ideeën op papier. In 1853 komt het eerste ‘overzigt van de leer der opvoeding door het onderwijs’ in druk uit. Hierin beschrijft Brugsma de onderwerpen welke onderwezen werden aan de kweekschool studenten. Dit geeft een inzicht in de ideeën en idealen van de opleiding van docenten in de beginfase van de kweekschool. In deze tijd was er nog geen discipline onderwijswetenschappen. In zekere mate kunnen de ideeën van Brugsma omschreven worden als schoolpedagogiek, afgezet tegen de pedagogiek in de gezinssituatie. Ideeën over het vormgeven en verbeteren van onderwijs, didactiek en leren werden ontwikkeld door leerkrachten en medewerkers van kweekscholen. Hieruit ontstonden de eerste lijnen die leidden naar een omvattende discipline gericht op inzicht in en het verbeteren van onderwijs op alle niveaus.

 

Leerpsychologie

Opgeleid in de scheikunde krijgt Carl van Parreren (1920-1991) interesse in de psychologie. Na afronding van de studie psychologie start Van Parreren zijn promotieonderzoek naar leerprocessen. Zijn dissertatie zou later leiden tot het standaardwerk: ‘Psychologie van het leren’. Door zijn aanstelling als docent bij het pedagogisch seminarium in Utrecht, wordt zijn aandacht getrokken naar het opleiden van docenten en de praktische toepassing van zijn wetenschappelijke ideeën. Als docent leerpsychologie aan de opleiding in Utrecht schrijft hij een praktische vertaling van zijn standaardwerk. Het boek, ‘Leren op school’, werd lange tijd gebruikt bij het opleiden van docenten in lerarenopleidingen in Nederland. Na zijn aanstelling als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht wordt zijn interesse gewekt voor het werk van enkele Russische psychologen (waar onder Galperin, Vygotsky en Davydov). Van Parreren schoolt zich in hun werken en maakt vertalingen om de disseminatie van hun ideeën in Nederland mogelijk te maken. Het werk van deze sovjet psychologen hadden en hebben grote invloed op het denken van de Nederlandse onderwijswetenschappers.

 

Opleiden van leraren

Uit deze twee voorbeelden blijkt dat de lerarenopleidingen, in de vorm van kweekscholen en pedagogische seminaria, in het verleden een sterke voedingsbodem gaven voor ideeën over onderwijs en leren. Ideeën die niet alleen een theoretisch vervolg hadden, maar direct praktisch toepassing kregen in het onderwijs. Een van de redenen is het karakter van de scholing aan startende leraren, namelijk de directe aandacht en vertaling van theorieën voor gebruik in de onderwijsleercontext. Niet alleen de studenten van de lerarenopleidingen staan voor de klas, maar ook de docenten staan in nauw contact met de schoolcontext. Op deze manier zullen de onderwijsinhouden tijdens de instituutsbijeenkomsten altijd een directe relatie moeten hebben met de leeromgeving voor studenten in hun stage op de scholen.

 

Historisch besef

Door te beseffen dat de huidige situatie voortkomt uit beslissingen die gemaakt zijn in het verleden, kunnen we beslissingen, ideeën en gedachtegangen beter doorgronden, ons eigen ideeën scherpen en de huidige tendensen plaatsen. Zo wordt bijvoorbeeld de worsteling binnen de onderwijswetenschappen in den brede, en in de universitaire lerarenopleidingen specifiek, met betrekking tot de ervaren kloof tussen theorie en praktijk een rode draad doorheen de historie van de onderwijswetenschappen. De zeven grondleggers besproken in dit boek belichten ieder op hun eigen manier standpunten ten opzichte van dit dilemma. Net zoals de spanning die wordt ervaren tussen de onderwijswetenschap als eigenstandige discipline en onderwijswetenschappen als trans-disciplinair thema welk op verschillende wijzen aangevlogen kan worden.

 

Ik raad iedereen die werkt aan het verbeteren van onderwijs, dat wil zeggen, onderwijsonderzoekers, onderwijsadviseurs, lerarenopleiders en leraren-in-opleiding, aan om dit boek te lezen. Het geeft ons het noodzakelijke historische besef om de huidige ontwikkelingen in onderwijs en het opleiden van docenten te doorzien.

 

Roeland van der Rijst

 

Busato, V., van Essen, M., & Koops, W. (2016). Zeven grondleggers van de onderwijskunde. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.

Goldstein, D. (2014). The teacher wars: A history of America’s most embattled professions. New York: Doubleday.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *