Deep Learning. How the mind overrides experiences  0

Af en toe maakt je leerproces een sprong: je ontdekt iets nieuws (creativiteit); je past vaardigheid toe in een volledig nieuwe situatie (adaptief gebruik van vaardigheden); of veranderen je opvattingen fundamenteel (opvattingen revisie). Deze vormen van leren noemt de cognitive scientist Stellan Ohlsson non-monotische cognitieve veranderingen en zijn het onderwerp van zijn boeiende boek Deep learning.

Ohlsson formuleert voor elk van bovengenoemde domeinen de state of the art, laat vervolgens zien dat bestaande theorieën bepaalde verschijnselen nog niet afdoende kunnen verklaren en formuleert voor elk domein een alternatieve goed onderbouwde theorie. Tevens formuleert hij gemeenschappelijke principes die aan elk van de drie theorieën ten grondslag liggen.

De drie nieuwe theorieën die Ohlsson in dit boek presenteert zijn zeker de moeite waard, maar toch is dit niet de belangrijkste reden om kennis te nemen van zijn boek. Het is zijn beschrijving van de huidige stand van zaken op terrein van creativiteit, adaptief gebruik van vaardigheden en opvattingen revisie die mijn inziens dit boek lezenswaardig maakt. Ohlsson schetst telkens eerst heel helder de problemen die in de betreffende domein spelen. Vervolgens presenteert en evalueert hij de belangrijkste theorieën als oplossing voor deze problemen en geeft aan waar ze een belangrijke bijdrage leveren en waar ze nog tekort schieten. Deze beschrijving wordt vergezeld door een uitgebreid notenapparaat dat zelfstandig leesbaar is en op zichzelf al de moeite waard is.

Ter illustratie vat ik hier zijn analyse samen van bestaande theorieën over adaptief gebruik van vaardigheden in nieuwe situaties. Ik kies dit domein omdat het direct relevant is voor het ontwikkelen praktijkkennis en vaardigheden van docenten. Ohlsson laat zien dat bestaand onderzoek heeft geresulteerd in inzicht in 9 mechanismen voor ontwikkelen van vaardigheden:

  • Proceduraliseren: Hoe verbale instructies over wat te doen worden omgezet in praktische vaardigheden.
  • Praktisch redeneren: Hoe kennis over hoe de wereld in elkaar zit wordt gebruikt bij bepalen wat te doen kiezen in de betreffende situatie.
  • Analogisch redeneren: Hoe de ene situatie wordt gebruikt als mal voor het omgaan met een nieuwe situatie.
  • Internaliseren: Hoe wordt geleerd van uitgewerkte voorbeelden of demonstraties
  • Specialiseren en generaliseren: Hoe algemene vaardigheden worden gecontextualiseerd voor een specifieke situatie en hoe specifieke vaardigheden generieker worden gemaakt.
  • Leren van fouten: Hoe vaardigheden worden bijgesteld op basis van geconstateerde toepassingsproblemen.
  • Leren van succes: Hoe wordt geleerd van positieve feedback.
  • Verkorten: Hoe bestaande vaardigheden worden verkort en geautomatiseerd.
  • Optimaliseren: Hoe bestaande vaardigheden steeds beter worden afgestemd op de taakeisen.

 

Dit rijtje is slechts een appetizer voor de rest van het menu verwijs ik graag naar Ohlsson’s monumentale werk.
Ohlsson, S. (2011). Deep Learning. How the mind overrides experiences. Cambridge University Press.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *